Festival Euro – Arab Cinema
Den Haag

27 T/M 30 SEPTEMBER 2009

Euro-Arab Cinema on Tour 2009 is een nieuw project van het Arab Film Festival, dat het succes van de ‘Karavaan van de Euro-Arabische Cinema’ van vorig jaar wil continueren. Opnieuw presenteert het AFF Den Haag een combinatie van recente films en documentaires, gemaakt door Arabische en Europese filmmakers van diverse generaties en met verschillende ervaringsniveaus. Dit zorgt ervoor dat de thema’s die aan bod komen vanuit uiteenlopende standpunten worden belicht. De geselecteerde films bediscussiëren drie actuele thema’s: rechten van vrouwen, rechten van minderheden, en de dialoog tussen verschillende culturen.

Bij alle voorstellingen geldt het VriendenVoordeel: 2 kaartjes voor 1 prijsje!

COMPILATIE VAN VIER KORTFILMS

Zondag 27 september 17.00 uur,
plus aansluitende ontvangst, waarbij enkele filmmakers aanwezig zullen zijn.

Vrijdagavond
Najib rijdt in de auto mee met zijn broer Rachid en diens vrienden. Ze gaan vanavond uit, maar eerst gaan ze langs een illegale opslag van pandjesbaas Aat om nieuwe kleren en parfum te scoren. Overal staan dozen met waardevolle spullen opgestapeld, maar er is alleen een jong meisje om alles te bewaken. Onmiddellijk verschijnen dollartekens in hun ogen en Rachid oppert het plan om alles te roven. Kim heeft genoeg van haar agressieve vader Aat en zij is dol op Marokkaanse jongens. Met een mooie jongen zoals Najib lokt het goede leven. Najib en Kim stoppen een koffer vol buit en willen er net vandoor gaan wanneer Aat voor de deur verschijnt.

André Pijnappel / Nederland 2009
10 minuten + Sayed, soccer talent


Een getalenteerd voetballertje uit Koeweit heeft een droom. Hij plaatst zijn video op het internet en... wordt uitgenodigd door Feijenoord en FC Barcelona voor een stage.

Hans Groenendijk / Nederland 2008
12 minuten + Bab al samah / The door of forgiveness


Mehdi, een Tunesische man van bescheiden afkomst, heeft een hardnekkige jeugdherinnering: de houten deur van het huis van de vader van zijn geliefde wordt voor zijn neus dichtgegooid. Ondanks dit symbolisch te duiden trauma gaat hij naar Europa, in de hoop toch iets te maken van zijn leven.

Francesco Sperandeo / Tunesië 2008
15 minuten + Le projet


De jonge Sami is werkloos; hij slaat al lanterfantend met zijn vrienden de tijd stuk. Op een dag groeien de problemen hem boven het hoofd en uiteindelijk wordt hij opgepakt door de politie. Maar er zit nòg iets voor hem in het vat.
Dali Nahdi / Tunesië 2008
21 minuten

DUBBELPROGRAMMA: TWEE HALFLANGE FILMS

Maandag 28 september 19.30 uur

Het mooi dat het Arab Film Festival twee halflange films – een ondergeschoven genre – toch programmeert, in een verrassende combinatie.
Messages from paradise
De titel kan enigszins wrang geïnterpreteerd worden: deze documentaire handelt namelijk over jonge Egyptenaren die ervan dromen naar Europa te emigreren en toont daarnaast de omstandigheden van Egyptenaren die in Wenen wonen. De beide makers verbeelden migratie als een indirecte confrontatie met universele, en veelal niet waargemaakte, dromen over een beter leven elders. Daniela Swarowsky is een Oostenrijkse kunstenares die sinds 2003 een serie kunst-, film-, en videoprojecten over dit hete maatschappelijke hangijzer heeft geproduceerd; Samuli Schielke is een Finse antropoloog die bij het Zentrum Moderner Orient in Berlijn werkt.

Daniela Swarowsky & Samuli Schielke / Egypte/Oostenrijk 2008
47 minuten + Memory of a woman


Ten tijde van de Franse kolonialisatie van Tunesië (jaren '40-'50 van de vorige eeuw) bekeerde Ester, een Joodse vrouw, zich tot de Islam en trouwde zij met de toenmalige rechterhand van Salah ben Youssef, een militante politicus die voortdurend oppositie voerde tegen de (latere) machthebber Habib Bourguiba. Ester (nu Hadia geheten) vertelt haar fascinerende levensverhaal, dat mede getekend wordt door het conflict met haar zoon Mohamed David Sonnino: hij is voortdurend op zoek naar zijn Joodse afkomst.

Lassaad Ouesleti / Tunesië 2008
47 minuten digitaal
WHATEVER LOLA WANTS


Dinsdag 29 september 19.30 uur

Nabil Ayouch, wereldwijd bekend geworden met zijn prachtige film Ali Zaoua, presenteert nu een aardige, sentimentele 'Oost-ontmoet-West' komedie, met (buik)dansen als voornaamste ingredi ënt.

De 25-jarige Lola is een Amerikaanse postbode die uit geldgebrek nog een saaie job heeft, maar eigenlijk wil zij danseres worden. Haar beste vriend is Yousef, een van oorsprong Egyptische barkeeper, en dus is het niet vreemd dat zij verliefd raakt op een andere Egyptenaar. Wanneer Zakaria onverwachts terugvliegt naar Egypte, volgt Lola hem op de hielen. Na een stevige ruzie staat zij er alleen voor in een vreemd land. Zij zit niet bij de pakken neer maar gaat op zoek naar de (ooit) beroemde danseres Ismahan, over wie Yousef gepassioneerde verhalen heeft verteld. Lola weet de gevallen ster over te halen haar danslessen te geven. Zij wordt al snel een beroemde buikdanseres en ook het ingedeukte aanzien van Ismahan bloeit dankzij Lola weer op. Al worden ze geen echte vriendinnen, hun cultuurverschillen zorgen voor vele amusante terzijdes.

Nabil Ayouch, geboren in 1969 in Parijs, realiseerde vanaf 1992 een groot aantal reclamefilmpjes voor Afrikaanse landen. Zijn speelfilmdebuut, Mektoub uit 1998, was een conventioneel gemaakte politiethriller annex roadmovie, waarin en passant de corruptie en sociale misstanden van het destijds dictatoriaal geregeerde Marokko gehekeld werden. Ayouch verpakte zijn 'boodschap' in een smeuïg verhaal over een pas uit de USA terugkeerde oogarts die op zoek gaat naar de verkrachters van zijn bruid en daarbij een politiecommissaris omlegt. Mektoub ging in première op het Rotterdams Filmfestival en kreeg een bescheiden Nederlandse roulatie in het kader van de Wereld Cinema Tour.

Zijn volgende film, Ali Zaoua, prince de la rue uit 2000, viel daarentegen in de prijzen op ruim veertig internationale festivals. Aan de rafelrand van Casablanca fantaseren vier door lijm en sigaretten benevelde straatkinderen over een zonnige toekomst. Als één van hen wordt gedood door een rivaliserende jeugdbende, nemen de resterende drie schoffies zich voor hem een vorstelijke begrafenis te geven. Tijdens de moeizame voorbereidingen ontdekken de jongens de zin van hun eigen bestaan. Ayouch loodste zijn verbluffend overtuigende acteurs - echte straatkinderen - door een magisch verhaal temidden van zonovergoten ellende, dat dankzij de poëtische intermezzi enige verwantschap vertoont met het meesterlijke Dodeskaden van Akira Kurosawa.

Over Ayouchs nieuwste film Whatever Lola wants valt nog een aardig Hollands detail te melden. De Nederlands-Marokkaanse acteur Achmed Akkabi, die landelijke bekendheid verwierf als vakkenvuller Rachid in de Albert Heijnreclames en die ook opviel in Het Huis Anubis, speelt Yousef, Lola's beste vriend die uit Egypte is weggegaan wegens zijn homoseksualiteit. Hij geeft Lola haar eerste buikdansdemonstratie en stimuleert haar om haar dromen te volgen. De scènes met Akkabi leverden tijdens de voorpremière op het festival van Marrakech gelach en applaus op.

Nabil Ayouch / Canada/Frankrijk/Marokko 2007
Met Laura Ramsey, Achmed Akkabi, Milia Ayache, Assaad Bouab, Carmen Lebbos
110 minuten 35mm Engels en Arabisch gesproken, Engels ondertiteld

CASANEGRA
Woensdag 30 september 19.30 uur
Twee vrienden zoeken hun toevlucht tot de schijn van liefde om te ontsnappen aan hun treurnis in de rafelranden van de grote stad Casablanca. De 22-jarige Karim heeft ook geld nodig, om indruk te maken op de beeldschone Nabila die tot de bourgeoisie behoort en behept is met een dure smaak. Als leider van een aantal straatkinderen die sigaretten verkopen is er weinig hoop dat hij zijn leven meer cachet kan geven. Adil, een jaar jonger, heeft een andere liefde: een verkreukte ansichtkaart van de Zweedse stad Malmö die zijn oom hem stuurde. Hij wil er zo snel mogelijk naartoe, maar emigratie kost vijfduizend euro. Het lijkt een gouden kans als ze een illegaal klusje aangeboden krijgen door de buurtpsychopaat Zrirek.

Regisseur Nour-Eddine Lakhmari filmde op locatie in Casablanca. Omdat hij geen professionele acteurs wilde gebruiken, heeft hij overal in de stad open audities gehouden. Hij heeft een scenario bedacht dat doordrenkt is van de bestaansonzekerheid en gewelddadige chaos, eigen aan ‘de straat’. Met het onopgesmukte verslag van het dagelijkse bestaan van de twee jonge hoofdrolspelers brengt Lakhmari’s film eventuele romantische opvattingen over het leven in Marokko hardhandig om zeep. Toch werd Casanegra ongecensureerd vertoond in de Marokkaanse bioscopen, waar meer dan 300 duizend bezoekers toestroomden. De belangstelling valt te begrijpen: Lakhmari stopte zijn tweede speelfilm tjokvol controversiële onderwerpen, van alcoholisme, drugsgebruik, travestie en corruptie tot huiselijk geweld, prostitutie, migratie en werkloosheid. Het resultaat is een (ondanks alles) amusante kruising tussen een sociale aanklacht en een zedenschets. Casanegra heeft voor veel ophef gezorgd bij orthodoxe groeperingen, die vooral kritiek hadden op het vulgaire taalgebruik en het negatieve beeld van Marokko. Maar vele jongeren meenden dat deze film voor het eerst een beeld laat zien van de werkelijkheid in Marokko. Dat de overheid zich niet met de film heeft bemoeid, vonden velen ook een positief signaal.

Onlangs ging de controversiële film in Nederland in première. De reacties van Marokkaanse jongeren bleken hier juist verdeeld. ‘Er wordt een deprimerend beeld getekend van Marokko en het Marokkaanse volk, dat in werkelijkheid helemaal niet zo donker is. Er gebeurt in de film zo veel op één dag, wat bij een doorsnee burger niet eens gebeurt in een heel leven. Dat maakt het niet geloofwaardiger. Natuurlijk wil de regisseur taboes verbreken, maar om nichterige homo’s, dikke travestieten, masturberende vaders en een seksscène in een film te proppen is te veel van het goede.’ Anderen waren wel enthousiast over Casanegra, maar ook zij zeiden, ‘Het is niet een film die ik thuis samen met mijn ouders op de bank kan kijken.'

Noureddin Lakhmari / Marokko 2008
Met Anas Elbaz, Omar Lotfi, Mohamed Benbrahim, Ghita Tazi
124 minuten 35mm Marokkaans gesproken, Nederlands ondertiteld



Results / Resultaten  9th Arab Film Festival Rotterdam

DOCUMENTARY AWARDS

The jury decided to give the following prizes unanimously:

Special Mention
Iraq: Open Shatters, Maysoon Pachachi, Iraq.

Silver Hawk
Samaan Bil Dayaa, Simon Elhabre, Lebanon.

Golden Hawk
To My Father, Abdelsalam Shehadah, Palestine. 
 

SHORT FILM AWARDS & LONG NARRATIVE FILM AWARDS

The jury decided to give the following prizes unanimously:

The Short Films:

A Special Mention goes to a short film for its courage of unveiling a taboo issue between A SUNRISE AND A SUNSET (SHROUQ WA GHROUB) by Mohammed Aldhahri from Saudi Arabia.

A Special Mention goes to a very special experiment that docu-dramatised the plight of refugee children into a short film MY NAME IS MOHAMED by five young directors:
R. Haddad, B. Shibab, S. Abdullah, Y.T. Hassan and
A. Joudah from Iraq, Jordan and UK.

The second grand prize for the shorts, The Silver Hawk, goes to a short film which has a real promising cinematographic vision as sweet as A CAKE FILLED WITH CREAM (KEIKA BEL CREMA) by Ahmad Magdi Ali from Egypt.

The Grand Prize for Shorts, the Golden Hawk, goes to a project that never got finished, yet it left us longing for the next project of the same promising director – PROJET (PROJECT)  by Mohamed Ali Nahi from Tunisia.

For the Long Narrative Film awards, we would like to give a Special Mention to an actress who came across as a breath of fresh air and who appeared to us twice in BASRA by Ahmed Rashwan and in the short film THE VIEWING by Rami Abdul Jabbar – FATMA ADEL from Egypt.

ًWe would like to give a Special Mention to a film for the relevance of its socio-political subject about the devastation of an entire generation – ALLAYL ALTAWIL (THE LONG NIGHT)  by Hatem Ali from Syria.

We would like to give the award for the first or second work of a director to a Long Narrative film full of energy, freshness and modernity in depicting the dark side of Casablanca CASANEGRA by Noureddine Lakhmari from Morocco.

The second Grand Prize, the Silver Hawk, goes to a film full of life and soul. In a simple and genuine recipe, it redraws traditional roles KHALTAT FAWZIA (FAWZIA'S SECRET RECIPE) by Magdi Ahmed Ali from Egypt.

The Best Actor Award goes to an actor who is charismatic, credible and unique in his portrayal of a difficult, layered character in BASRA – BASSEM SAMRA by Ahmed Rashwan.

The Best Actress award goes to an actress who captures our hearts with her great performance: for her profound, magical and natural portrayal of her character. It is all in FAWZIA'S SECRET RECIPE and the awardwinner is IHLAM CHAHINE.

And now for the Grand Prize, the Golden Hawk.
It goes to a feature that was entertaining, funny, well-written
and well-performed. A universal comedy that makes you laugh
and laughs at you and can be best described by its own title – MASCARADES by Lyes Salem from  Algeria.



9e Arab Film Festival Rotterdam, 10 -14 juni, 2009 ~ Verslag Debatten ~

11 juni, 2009

Arabisch TV Drama & Cinematechniek

Sprekers:
Haytham Hakki (Syrische filmmaker)
Hatem Ali (Syrische filmmaker)
Magdi A. Ali (Egyptische filmmaker)
Bassel al Khatib (Palestijnse filmmaker uit Syrië)

Voorzitter:
Adnan Hussein Ahmed (Journalist Elaph.com)

Dit debat was bedoeld om te onderzoeken in hoeverre het maken van bioscoopfilms verschilt met dat van televisiefilms en in hoeverre er sprake is van overeenkomsten. Gekeken werd zowel naar inhoud als technieken die in beide gevallen gebruikt worden. De aanleiding hiertoe was de constatering dat Syrische filmmakers het niveau van televisiedrama omhoog hebben getrokken, vergeleken met andere Arabische landen, als gevolg van het feit dat de meeste directeuren van Syrische televisieseries een cinematografische achtergrond hebben.

Haytham Hakki opende de discussie met de stelling dat er in wezen geen verschil is tussen de ‘cinematografische taal’ van bioscoop- en televisiefilms. De meeste bioscoopfilms zijn even commercieel als films die gemaakt worden voor televisie, met als gevolg dat wij ons vaak neerleggen bij een laag niveau van drama. Maar dezelfde techniek kan in beide gevallen toegepast worden. Hij wees ook op het feit dat de filmgeschiedenis een duidelijke stempel op televisiedrama heeft gedrukt.

Magdi A. Ali was van mening dat er wel een groot verschil is tussen cinema en televisie en dat zij allebei voor- en nadelen hebben. Wat betreft de technische verschillen noemde hij o.a. de framemaat en het anders omgaan met belichting. Daarbij meent hij dat de belichtingsmogelijkheden bij het maken van bioscoopfilms voordelen biedt. Maar ook qua inhoud biedt de cinema volgens hem de mogelijkheid tot meer diepgang, omdat het publiek doelbewust naar de bioscoop gaat om een bepaalde film te zien en er dus geconcentreerd naar kijkt. Terwijl de tv, daarentegen, vaak ‘zomaar’ aanstaat zonder dat de kijker er bewust voor gekozen heeft om een specifiek programma of film te zien, met als gevolg dat er minder aandachtig naar gekeken wordt, er doorheen wordt gepraat, of er tussendoor wordt weggelopen om iets te pakken of te doen. Aan de andere kant heeft de televisie wel het voordeel dat er een groter publiek mee bereikt wordt.

Bassel al Khatib vindt dat de technieken dezelfde zijn, maar dat het verschil juist in de benadering ligt. De tijdsopbouw van het concept is essentieel. De productie van bioscoopfilms biedt de mogelijkheid om het concept uitvoeriger op te bouwen, terwijl een televisiedrama veel meer het karakter heeft van een recht-toe-recht-aan-verhaal. Maar van cruciaal belang vindt hij vooral het feit dat een echte cineast een andere beschouwing heeft van het leven; een andere levenswijze. Hij deelt de mening dat het Syrische televisiedrama het pluspunt heeft dat de wortels van veel directeurs in de cinemawereld liggen hetgeen resulteert in kwalitatief betere films.

Een Egyptische filmmaker uit de zaal meende dat films maken voor de cinema grotere vrijheid geeft en meer ruimte biedt voor de individualiteit van de filmmaker.

Nog een gedachte, geopperd door een Indiase filmcriticus (tevens jurylid bij het Festival), is dat vroeger, toen er maar enkele televisiekanalen bestonden, er kwalitatief goede televisieseries gemaakt werden, zowel qua inhoud als in technisch opzicht. Terwijl tegenwoordig, in het huidige tijdperk van satelliettelevisie waarin de ontelbare ‘soapkanalen zich ‘als maden’ vermenigvuldigen, er ironisch genoeg nauwelijks sprake is van enige kwaliteit.

Hatem Ali ging in op de voor- en nadelen van diverse cameratechnieken. Volgens hem geeft het gebruik van één enkele camera betere resultaten dan het gebruik van drie camera’s omdat er met een enkele camera beter geconcentreerd kan worden op de opeenvolgende bewegingen van het onderwerp.
Maar Magdi vond dat één camera zich te gefixeerd op het onderwerp richt waardoor de spontaniteit deels verloren gaat.
Daarop reageerde een Tunesische filmmaker uit de zaal dat er geen structurele regels zijn, maar dat het om het beoogde doel moet gaan en er per scène bepaald moet worden met hoeveel camera’s het gewenste effect het beste bereikt kan worden.

 

12 juni, 2009

Souk Film: Productie & Distributie van Arabische Films in NL

Sprekers:
Jacques van Heijningen (directeur Rotterdams Media Fonds)
Noesa den Hartog (Egyptische/Nederlandse filmdistributeur)
Redouane El Taheri (jonge Marokkaans/Nederlands filmmaker)

Voorzitter:
Sarita Marchesi (Italiaanse/Nederlandse actrice)

Twee verschillende maar met elkaar verwante onderwerpen kwamen in dit debat aan de orde. Aan de ene kant werd er ingegaan op het al dan niet toegankelijk zijn van Nederlandse fondsen voor jonge/beginnende filmmakers met een Arabische achtergrond en de barrières waar zij tegenaan lopen. Daarnaast is er gesproken over de distributie van films uit de Arabische wereld zelf onder ‘mainstream’ Nederlandse bioscopen.

Als bijbedoeling van het debat wilden de organisatoren een dialoog bevorderen tussen jonge Arabische filmmakers en Nederlandse fondsen in de hoop om een brug te slaan en de filmmakers daarmee steun in de rug te bieden. Daarbij wilden zij de fondsenverstrekkers inzicht geven in de hoge drempels die de jongeren ervaren bij het aanvragen van fondsen. Tegelijkertijd was er de vraag aan de fondsen om advies te verschaffen en de stappen/criteria te verhelderen van de aanvraagprocedure dat door de jongeren als een onoverzichtelijk ‘labyrint’ beschouwd wordt.

Op een ander niveau, als rode draad door het debat heen, was er een breder aandachtspunt te constateren, nl. hoe er in Nederland gehoor gegeven kan worden aan de ‘Arabische stem’ en hoe die betrokken kan worden bij de relevante maatschappelijke discussies. Binnen dat kader dienen de twee onderwerpen van het debat tevens als diverse invalshoeken daartoe - de ene gefocust op de Arabische wereld zelf en de andere gericht op Arabische inwoners van Nederland.

Jacques van Heijningen begon door iets te vertellen over de achtergrond van het Rotterdams Media Fonds, de doelgroepen die het Fonds beoogt te ondersteunen, de criteria aan de hand waarvan bepaald wordt of een filmproject al dan niet in aanmerking komt voor financiële steun en de aanvraagprocedure daarbij. Hij is van mening dat de procedure niet zo ingewikkeld is als het lijkt. Verder stelde hij dat als een filmproject goed in elkaar zit het door het Fonds gesteund wordt, los van wie indient.

Redouane El Taheri ervaart de aanvraagprocedure als een grote drempel en vindt het veel te onoverzichtelijk voor jonge filmmakers met weinig ervaring. Bovendien meent hij dat de criteria niet goed aanslaan bij wat er onder de Arabische/Marokkaanse jongeren leeft. Hij vindt het van belang dat zij hun eigen verhaal kunnen vertellen, maar stelde dat de fondsen daar te weinig begrip voor tonen met als gevolg dat de financieringsmogelijkheden zeer beperkt zijn.
Zijn eigen film was door het Fonds afgewezen waardoor hij het zelf moest financieren. Maar de meeste jongeren zijn daar niet toe in staat, waardoor zij weinig mogelijkheden hebben om hun films te kunnen realiseren; om hun stem te laten weerklinken door middel van film.

Uit die twee tegenovergestelde beschouwingen van het fondswezen is er een goede, openhartige discussie ontstaan. Jacques legde uit hoe de aanvraagprocedure in zijn werk gaat en welke stappen de jongeren daarbij moeten ondernemen. Redouane uitte zijn frustratie over het feit dat hij films wil maken en zich niet in een eindeloze bureaucratie wil verdiepen. Jacques bleef erbij dat er geen andere weg is en herhaalde dat er veel bereidwilligheid was om steun te bieden aan jonge filmmakers -al dan niet met een Arabische achtergrond- maar dat het verhaal goed in elkaar moest zitten.

Ondanks het feit dat er duidelijk sprake was van zowel een generatiekloof als een verschil in culturele achtergrond, was er zeker bereidheid om naar elkaar te luisteren.

Als conclusie heeft Jacques toegezegd bereid te zijn om de jongeren te ondersteunen bij de aanvraagprocedure en alles wat daarbij komt kijken, en nodigde hen uit om contact met hem op te nemen. Dat werd door iedereen als een stap in de goede richting beschouwd en een positieve conclusie van het debat en de beoogde doelstelling.

Noesa den Hartog vertelde over de recentelijk begonnen distributie van Arabische films aan de Pathe bioscopen, waar enkele Egyptische films inmiddels vertoond zijn. Vooralsnog gaat het om commerciële films, veelal komedie, omdat dat het makkelijkste voor het Nederlandse publiek (of welk publiek dan ook met weinig kennis van de Arabische cultuur) te begrijpen is. Maar in de loop van de tijd hoopt zij het aanbod uit te breiden.
Uit de zaal klonken enkele stemmen van Egyptische filmmakers die meenden dat dergelijke films te commercieel zijn en bovendien in Nederland niet begrepen zouden worden.

Noesa beargumenteerde dat zij al veel positieve reacties heeft gekregen en dat ze tot nu toe goed aanslaan. Zij benadrukte het belang om de Arabische stem ook onder het ‘mainstream’ publiek te brengen en niet alleen bij een ‘filmhuis’ publiek.
Verder meende zij dat de sleutel grotendeels in de vertaling ligt, wat op een dusdanige wijze moet geschieden dat het voor een Nederlands publiek te bevatten is. Aan de hand van diverse feedback tot nu toe is het haar ervaring dat mensen de films waarderen. Het publiek is blij verrast om een andere, vernieuwende kant van Arabische cultuur te ontdekken, in tegenstelling tot het negatieve beeld dat meestal voorgeschoteld wordt. Dit brengt discussie op gang, bevordert een ontmoeting tussen de twee culturen en draagt daarmee bij aan het doorbreken van de heersende vooroordelen.

 

13 juni, 2009

De Nieuwe Algerijnse Cinema

Sprekers:
Karim Traidia (Algerijns/Nederlands filmmaker)
Mohamed Ali Nahdi (Tunesische filmmaker)

Voorzitter:
Yasmina Bennani (Marokkaanse actrice)

De discussie begon met een uiteenzetting van de ontwikkelingen binnen de Algerijnse film vanaf de onafhankelijkheid in 1962 tot heden ‘van een cinema van verzet tot een cinema van immigratie’.
Karim Traidia zette drie van elkaar te onderscheiden periodes uiteen:

  1. In een eerste fase, direct na onafhankelijkheid, was de Algerijnse film volledig gericht op de oorlog met Frankrijk en de behaalde overwinning, met weinig ruimte voor andere thema’s. Er was maar een held: het volk! De films waren vol van hoop, toekomstdromen en beloftes. Tegelijkertijd was er grote behoefte om die bladzijde om te slaan en de blik te richten op de nieuw verworven vrijheid. Desondanks blijft dit hoofdstuk helaas tot vandaag de dag nog steeds relevant.

Parallel aan de sociaal-economische ontwikkelingen in het land wordt er een nieuwe fase ingeslagen, gekenmerkt door werkeloosheid, rondhangende jongeren en verveling. Daarnaast zie je ook het thema diaspora opkomen, met als voornaamste focus de terugkeer en de daaraan gepaarde problemen van reïntegratie, als na de onafhankelijkheid de in Frankrijk wonende Algerijnen door middel van een ‘oprotpremie’ aangemoedigd worden om terug te gaan.

  1. Daarna gaat Algerije een dramatische, tragische periode tegemoet, gekenmerkt door geweld en angst. Aanslagen behoren tot de orde van de dag en richten zich, behalve tegen de staat, ook tegen intellectuelen en andere ‘vrije denkers.’ Filmmakers voelen zich bedreigd waardoor velen naar Europa moeten vluchten, het bezoeken van bioscopen wordt gevaarlijk en de film cultuur verdwijnt bijna uit het openbare leven.
  1. Vervolgens ontstaat er een nieuwe cinema waarin o.a. het thema immigratie een vooraanstaande plaats inneemt. Algerijnse filmmakers in Europa zijn nauw betrokken bij die ontwikkeling en spelen er een belangrijke rol in. Via de film wordt het immigrantenleven in de nieuwe gastlanden in al zijn facetten in beeld gebracht. Daarbij komen ook ingewikkelde vraagstukken aan bod zoals dilemma’s rondom de eigen identiteit. Maar ook in Algerije zelf komt de cinema weer tot bloei, met ruime aandacht voor sociale thema’s waaronder de Amazigh cultuur, vrouwenrechten, etc.

Gevraagd naar het feit dat veel Algerijnse filmmakers in het buitenland werkzaam zijn, gaf hij aan dat het in Europa uiteraard veel makkelijker is om geld te werven voor filmproducties, maar dat het ook een kwestie van vrijheid is: vrijheid van expressie in je films, maar ook de vrijheid om jezelf te kunnen zijn.

Desondanks zitten er naast positieve aspecten ook negatieve kanten aan. Want ook al bestaat er geen expliciete censuur zoals in Algerije het geval is, als je in Europa aan fondsen wilt komen moet je verhaal binnen hun visie passen, waardoor je toch niet volledig tevreden over jezelf en je werk kunt zijn. Dus ook hier heb je met beperkingen te maken ten aanzien van de mogelijkheden om uitdrukking te geven aan je ideeën, ook al is er meer bewegingsruimte dan in Algerije.
Nog een punt is dat er door de Algerijnse bureaucratie geen overzichtelijke regels bestaan ten aanzien van de procedures om aan fondsen te komen, met als gevolg dat je nooit weet waar je aan toe bent. In Europa ben je weliswaar aan talloze regels en normen gebonden, maar de stappen zijn tenminste duidelijk.

Mohamed Ali Nahdi merkte op dat de Algerijnse cinema ‘terug is’ en dat het een belangrijke bijdrage levert aan de Arabische cinema. Vooral in filmfestivals zijn er steeds meer Algerijnse films te zien. Er is duidelijk sprake van ‘de nieuwe film’ die veel kwaliteit toont. Dit geldt voor de Algerijnse cinema, maar ook voor de Tunesische.

Vervolgens ging Karim in op de sociaal-politieke functie van de cinema. Hij is er van overtuigd dat mensen naar de bioscoop gaan voor meer dan ‘entertainment’ alleen. Het heeft ook iets magisch. Het biedt de mogelijkheid om te dromen. Om vragen te stellen over jezelf; de maatschappij; je omgeving. Het zet discussies in gang. Je ontdekt hoe te strijden; te verschuilen; te ontvluchten. De bioscoop is een veilig toevluchtsoord waar niemand kan zien wat er in je hoofd omgaat.
Hij vindt het de plicht van een filmmaker om als getuige te dienen. Om hetgeen zich afspeelt zichtbaar te maken, ter discussie te stellen. Ook ligt er de taak om mensen in contact te brengen met andere culturen, andere denkwijzen.

In de jaren ’60 had Algerije een bloeiende filmcultuur en talloze prachtig gebouwde bioscopen. Dat is grotendeels verwoest, weinig bioscopen bleven overeind staan en de filmproductie was minimaal geworden. Maar als er een situatie geschapen wordt waarin filmmakers de ruimte krijgen om hun films te kunnen maken, zal er in korte tijd een gezonde cinema weer terugkeren.

Zijn droom is niet om een Oscar of Palm d’Or te winnen, maar om zijn films in zijn eigen dorp te kunnen vertonen… met vrienden en familie samen zijn kindertijd te herbeleven; de oorlog; de overlevingsstrijd; de pijn; maar ook de humor...

Ondanks 4 succesvolle films blijft het moeilijk om aan fondsen te komen. ‘Ik wil films maken die ik wil en geen films die door de fondsen opgelegd worden. Ik ben het etiket Arabier/Moslim zat en kwaad om te moeten voldoen aan hun criteria van wie wij zijn. Ik wil zelf over ons vertellen, ons eigen verhaal - over ons land en cultuur, als Algerijn, als Arabier, als Moslim, als Amazigh en als mens. Ik kan simpel leven, zelfs in armoede, maar ik kan niet zijn wie ik niet ben’.


Vijfde impressie Arab Filmfestival 2009

Het is alweer de laatste dag  met een aantal korte films in de namiddag, de prijzenuitreiking rond 19 uur ’s avonds en de zeer onderhoudende afsluitende film ‘Whatever Lola Wants..’.

Opvallend is deze middag een film uit  en over Rotterdam. De film ‘To Belong in Rotterdam’ is een film van de in deze stad wonende filmer Rosh Abdelfatah. In 40 minuten zet hij een vijftal jonge Rotterdammers van buitenlandse afkomst neer, die vanuit hun werk, hobby of studie vertellen over ‘hun’ stad en hoe ze zich daar thuis voelen. Ze vertellen over hun afkomst, hun werk/studie, aspiraties, religie en bezigheden vanuit de prangende vraagstelling: Voelen ze zich echt thuis in Rotterdam? Zijn ze echte Rotterdammers?

Het zijn vragen en probleemstellingen, waarvoor de gemeente Rotterdam Tariq Ramadan enkele jaren geleden in huis heeft gehaald. Over diens aanblijven zijn onlangs nog stevige debatten gevoerd in een flink verdeelde gemeenteraad met een steeds verder afbrokkelend college. Dezelfde Tariq Ramadan was niettemin bereid deze vijf jongeren op een middag aan de tand te voelen over hun gevoel bij Rotterdam: erbij horen of niet? Deze discussie wordt in kleine episodes in de film vertoond; het merendeel van de film vormen de jongeren zelf tijdens hun werk, studie of hobby. De film is eerlijk, direct en open; of beter, de jongeren zijn dat! Het zijn vijf jonge mensen die hun plek hebben veroverd of gaan krijgen in Rotterdam of elders. Het zijn alle vijf jongeren met een sterke betrokkenheid bij Rotterdam zonder hun afkomst e.d. te verloochenen. Zij zijn ook  duidelijk in het signaleren van eigen of andermans problemen. Zij hebben echter alle vijf hun weg gevonden, ook al verschillen ze onderling in denken en doen. Het zijn mooie voorbeelden van een geslaagde integratie: jonge mensen uit andere culturen die hun weg hebben gevonden in deze hectische stad met veel cultureel aanbod, maar ook grote politieke, sociale en economisch-financiële problemen.

Bovendien bevat de film mooie shots van Rotterdam en komen de vijf ‘hoofdrolspelers’ er  prima uit. Het is een toegankelijke film, die op middelbare scholen met leerlingen van verschillend culturele achtergrond prima vertoond of ingezet kan worden.

Burgemeester Ahmed Aboutaleb kwam zijn belofte na om terug te komen op dit festival. Hij was  aanwezig (ruim een uur dus) bij de prijsuitreikingen van de Gouden en Zilveren Haviken van het Arabisch festival Rotterdam 2009. Hij hield een kort maar vurig pleidooi voor een verdergaande integratie van de vele verschillende culturen in Rotterdam, zonder clashes. Hij pleitte voor de acceptatie van diversiteit!

Het was een festival met een goed en divers aanbod…de financiële crisis en sociaal-economische ontwikkelingen mogen geen roet gooien in het verdere eten van dit festival….., kortom: tot volgend jaar weer!!

Paul Emonts


Vierde impressie Arab Filmfestival 2009

Zelf geboren in een klein boerendorp in Noord-Limburg verraste het festival mij deze dag met een schitterende documentaire over een boer, die op zijn eentje in het Libanese christelijke dorp Ain El Hazaroun woont, ooit een boerendorp met een aantal honderden inwoners. Zijn jonge neef , Simon El Habre, maakte een geweldig mooi portret van zijn ongetrouwde oom Semaan. Deze leeft met honden, katten, paarden en koeien op zijn boerderij en ..heeft het naar zijn zin. Hij houdt van de beesten, verzorgt ze en weet zich staande te houden door melk te verkopen in omliggende dorpen en stadjes. Tijdens de burgeroorlog begin jaren ’80 vorige eeuw werd het bergdorp bijna volstrekt weggevaagd, reden waarom iedereen vertrok naar veiliger oorden. Semaan bleef als enige daar wonen en alleen in de zomerperiode komen oude bewoners, die zich intussen overal elders gesetteld hebben, terug naar dit dorp om de olijven te oogsten. Het portret is echt, eerlijk en schitterend gefilmd en Semaan is een rasechte boer gebleven.

Intussen is ook mijn geboortedorp enorm veranderd, niet door een burgeroorlog maar door modernisering en kapitalisering van de landbouw; er wonen vooral nog een paar hele grote boeren en daarnaast mensen met banen elders.

’s Avonds een beauty van een Algerijnse film gezien, een prachtige komedie vol humor en rake karakters. Mounir is getrouwd en ze hebben een kind; zijn zus Rym woont bij hem in, zij is narcoleptisch (valt voortdurend en overal in slaap) en ‘stiekem’ verliefd op Mounir’s vriend. Mounir geniet niet erg veel aanzien in zijn dorp en hij schreeuwt op een dronken nacht, dat hij een rijke bruidegom heeft gevonden voor zijn zus. Het dorp is in rep en roer en vervolgens zijn de perikelen niet van de lucht…maar langzaam groeit zijn aanzien en hij geniet ervan; ineens blijkt het hele dorp in extase, iedereen probeert er zijn slaatje uit te slaan, de perikelen stapelen zich op, maar het einde is zoet en mooi: uiteindelijk trouwen Rym en Mounir’s vriend alsnog met elkaar. Intussen hebben we een hilarische en vlotte film gezien met prachtige momenten en vondsten….en toch ook een film die laat zien hoe een Arabisch dorp omgaat met zaken als trouwen, man-vrouw verhoudingen, vriendschap e.d., veel humor en onverwachte wendingen.

Paul Emonts









Derde impressie Arab Filmfestival 2009


Deze keer een impressie van een paar films die ik gezien heb en indruk hebben gemaakt. Het zijn allebei films die op vrijdagavond in Cinerama draaiden.

Allereerst de film Casanegra, de enige Marokkaanse speelfilm dit jaar. Een film over twee jongemannen Adil en Karim, gespeeld door twee volstrekt onbekende acteurs, via audities van de straat geplukt. Het is uiterst sterk geacteerd koppel, waarvan de sociale achter-gronden minder rooskleurig zijn. Adil droomt van zijn vertrek naar Zweden (Malmö) en Karim heeft sigarettenverkopertjes onder zijn hoede. Karim is thuis een lieve gozur, op straat een leeuw, als het moet. Adil’s stoerheid is wat minder geprononceerd, maar ook hij weet thuis uiteindelijk wel op te treden. Het zijn vrienden, maar ze staan elkaar ook af en toe flink naar het leven. Ze zoeken naar een bekende oplossing: geld scoren. Via een louche, flikker-achtige onderwereldfiguur krijgen ze een kans flink geld te verdienen, maar uiteindelijk loopt dat helemaal mis bij hun laatste klus.

De film duurt te lang, er wil maar geen einde aan komen. Dat is jammer, want zeker het eerste uur van de film boeit, het tweede uur voegt geen echte nieuwe dingen meer toe. Mooie beelden van Casablanca, goede casting van de beide hoofdrolspelers, maar de film had aan kracht gewonnen als er flink in gesnoeid zou zijn. Boeiend maar veel te lang.

De tweede film was de Palestijnse film Pomegranates & Myrrh van Najwa Najjar, een film die gedraaid moest worden op gevoelige en soms gevaarlijke plekken. Na anderhalf uur is er veel gebeurd en blijft de film op het netvlies. Het is een prachtige film met schitterende en schokkende beelden en met een prachtige casting. Het gaat om vrijheid en liefde en hoewel de Israëli’s nadrukkelijk op de achtergrond hun ‘bezettingspolitiek’ uitoefenen zijn we getuige van een prachtige liefde in een schitterend gemaakte film. Kamar, een sterke moderne vrouw, en Zaid trouwen en ze nemen de olijvenboomgaard voor hun rekening met hun families op de achtergrond. Die boomgaard wordt geconfisceerd door de Israëli’s en Zaid verdwijnt achter slot en grendel. Kamar kwijnt niet weg en beheert met behulp van de familie de boomgaard ….en ze besluit uiteindelijk ook te blijven dansen, al wordt dat niet door iedereen in haar omgeving geaccepteerd van een getrouwde vrouw. De nieuwe dansleraar van de groep wordt verliefd op Kamar en zij voelt ook wel een en ander, maar uiteindelijk is ze helder in haar keuze voor Zaid. Het is een geweldig mooie film met prachtige beelden, mooie rollen (o.a. de bazin van het koffiehuis!) en met overtuigend acteerwerk.
Kortom het was een mooie vrijdagavond in Cinerama op het Arab Filmfestival.

Tweede impressie Arab Filmfestival 2009

Donderdag was de eerste volle filmdag op het festival. ‘s Morgens was er een discussie in De Unie over het verschil tussen cameravoering voor een film of voor TV. Vier direct bij films betrokken regisseurs deden daar hun zegje over.
’s Middags de eerste korte documentaires en korte films, ’s avonds twee lange films. Daar zitten soms fikse verrassingen bij, kortom: filmpjes die je niet verwacht uit de Arabische wereld. Zo was er uit Saoedi-Arabië (!) een korte film, ’Sunset’, waarin een jongen van rond 10 jaar thuis niet veel aandacht krijgt, op school ook aan zijn lot wordt overgelaten en vervolgens verwacht wordt op straat spulletjes te gaan verkopen aan chauffeurs. Hij hunkert naar warmte en liefde zonder te beseffen wat de gevaren zijn. Hij wordt door een man uitgenodigd naast hem te komen zitten onder een brug, even later wordt hij bruut verkracht. De ‘religion police’ pakt hem op. Korte, heftige maar eerlijke en gedurfde film!
’s Avonds een voorfilmpje over een tuk-tuk chauffeur, die zelf flink snuift, maar ook plotseling een gouden handeltje ruikt door zijn tuk-tuk in te richten met een opblaaspop en daar mannen uitnodigt hun gang te gaan voor geld. Een film van 11 minuten, vol leuke directe humor en met een plot dat je niet zou verwachten in en van Egypte.
De Egyptische hoofdfilm daarna heet ‘Basra’. Een film over een fotograaf, die zijn huwelijk verbreekt en ‘vrij’ wil zijn om na te denken wat ie eigenlijk wil. De val van Baghdad houdt hem erg bezig, hij ontmoet de liefde van zijn leven, die echter niet meteen op zijn driften ingaat, maar hem eerst beter wil leren kennen. Hij heeft vrienden in ‘betere’ kringen en hij ontmoet een ontwapenende jonge meid, die zijn foto’s wil gebruiken voor een poppenspel over de oorlog in Irak. Een hele mooie film over jongeren in Egypte, waarbij ook de seksualiteit en twijfels over gebeurtenissen om hen heen centraal staan. Een totaal ander beeld van Egypte dan wij gewend zijn via ‘de nieuwsgaring’, heel verassend en open!
Beter kan het niet bewezen worden: een filmfestival (of: kunst in het algemeen) biedt juist andere beelden van andere culturen dan dat de reguliere –meestal op commercie en winst gebaseerde- media en pers ons bieden. Dit maakt ook dit Arab Filmfestival weer tot een belangrijk podium voor ‘andere‘ beelden uit ‘vreemde‘ landen……..komt het zien..komt het zien.

Paul Emonts


Eerste impressie Arab Filmfestival 2009

Burgemeester Aboutaleb ( de eerste burgemeester die het festival ooit opende!) zei het ongeveer zo: ‘Rotterdam is een bekende filmstad. We kennen het Internationale Filmfestival elk jaar met films van overal over de wereld, maar ook Arabische films zijn hier te zien via het Arab Filmfestival. Rotterdam telt mee, als het gaat om films. En dit Arab filmfestival staat daarnaast ook uitstekend bekend in de Arabische wereld en timmert intussen al negen jaar aan die weg.’

Op het einde van zijn verhaal liet hij de ruim 400 aanwezigen in zaal 1 van Cinerama horen, hoe hij ‘als Arabische jongen’ nog prima zijn zegje in deze taal kan doen. Hij kon op een hartelijk applaus rekenen en kreeg een mooie bos bloemen en filmaward uitgereikt door Khaled Chouket. De burgemeester beloofde zondag terug te komen voor een wat langer verblijf, want zijn ‘laatste’ film had hij gezien in een vliegtuig naar Zuid-Korea!

Het was beestachtig druk op de opening, zeker 500 mensen dromden de foyer van Cinerama binnen voor hapjes, drankjes en ‘Hé, ben jij er ook weer?’ Vanaf half zes kwamen ze binnen: Arabische ambassades en personeel daarvan (o.m. Algerije, Tunesië en Yemen), veel filmmakers en acteurs/actrices uit diverse Arabische landen en vele TV- en filmploegen en radioreporters; bekenden begroetten elkaar hartelijk na weer een jaar en het AFF-personeel moest alle zeilen bijzetten om een en ander in goede banen te houden.

Karim (ja, van Sesamstraat) liet samen met Italiaanse Sarita zien, hoe zowel Nederlanders als Arabieren zo hun eigen opvattingen hebben over ‘mannen’ en ‘vrouwen’, hoe graag Nederlanders punctueel zijn en de doorsnee-Arabier daar anders mee omgaat. Dat was de formele opening na een Palestijnse dansgroep uit Groningen, die veel applaus kreeg van het grotendeels Arabische publiek.

De openingsfilm dit jaar was een Europese première over een belangrijke episode van de Tunesische sociaal-politieke geschiedenis. De film was een technisch hoogstandje met mooie beelden, de lange teksten en onbekendheid met die geschiedenis maakten het mij niettemin moeilijk om er voortdurend geboeid naar te blijven kijken. De overgebleven kijkers beloonden de film met een warm applaus. De Nederlandse voorfilm ‘Vrijdagavond’ (van Rene Pijnappel) over vijf Marokkaanse jongens, die ‘een slag wilden slaan’, kwam mij nogal amateuristisch over.

Paul  Emonts



foto: www.wardenbach.info

9e ARAB FILMFESTIVAL IN ROTTERDAM VAN START OP 10 JUNI

De 9e editie van het Arab Filmfestival in Rotterdam start dit jaar op woensdag 10 juni in Cinerama aan de Westblaak. De opening vindt plaats rond 19 uur en zal, als er niks tussenkomt, dit jaar gebeuren door niemand minder dan burgemeester Ahmed Aboutaleb.

Daarna zal rond 20 uur de openingsfilm worden vertoond. Dit jaar is dat de film THALATHOUN (‘De dertiger jaren’), een Tunesische film van Fadhel Jaziri. Van donderdag tot en met zondag de 14e juni zullen er een 60-tal films worden vertoond: speelfilms en documentaires, lange en korte films. Wie het festival al eens bezocht, weet dat dit festival een scala aan goede en mooie films bevat, vaak films ook die in de Arabische wereld niet of nauwelijks te zien zijn. Dat zal dit jaar niet anders zijn!

In cinema Cinerama kunt u die vijf dagen belangrijke films zien, u kunt er Arabische regisseurs en acteurs/actrices ontmoeten. Bovendien zijn er een drietal discussies in de ochtenduren in zaal De Unie (11 uur) over uiteenlopende thema’s, die allemaal te maken hebben met cinema (kunst in het algemeen) en de Arabische wereld en de positie van Arabische kunstenaars in het Westen van de wereld. Deze discussies zijn vrij toegankelijk.

Mocht u belangstelling hebben voor dit festival, u kunt vanaf 1 juni a.s. informatie krijgen of vragen via het telefoonnummer: 010-8181891 (St. Film In De Buurt) of via de website: www.filmindebuurt.nl